brood hebt ge niet hoeven eten, wijn en sterke drank hebt ge niet gedronken: opdat ge zoudt weten dat ik, de Ene, uw God ben.
6
U kwam aan bij dit oord,- en toen trok Sichon uit, koning van Chesjbon en Og, koning van Basan,- ons tegemoet ten oorlog, maar wij hebben hen verslagen.
7
We namen hun land in en gaven het als erfdeel aan de Rubeniet en de Gadiet,- en aan de helft van de stam van de Manassiet.
8
Bewaken zult ge de woorden van dit verbond en ze doen: opdat ge voorspoedig moogt zijn bij al wat ge doet! •
9
Ge staat allen heden geposteerd voor het aanschijn van de Ene, uw God: de* Letterlijk: uw. hoofden van uw stammen, de* Letterlijk: uw. oudsten van uw gerechtsbeambten, alle man van Israël;