En Jozua gebood ik in dat tijdsgewricht,- ik zei: je ogen hebben gezien al wat de Ene, uw God, met deze twee koningen heeft gedaan; zo zal de Ene doen met alle koninkrijken waarheen jij gaat oversteken;
vreest hen niet; want de Ene, God-over-u, hij is het die de oorlog voor u voert! ••
23
Ik smeekte om genade bij de Ene,- in dat tijdsgewricht, en zei:
24
mijn Heer, Ene, gíj zijt begonnen uw dienaar te doen zien uw grootheid en uw sterke hand,- immers, welke Godheid is er in de hemelen en op de aarde wiens doen zal zijn als uw daden en uw overwinningen!-
25
laat mij toch oversteken, doe mij zíen het goede land daar op de overzij van de Jordaan,- dat goede gebergte, en de Libanon!
26
Maar toen ontstak de Ene vanwege u tegen mij, en hij heeft niet naar mij willen horen; de Ene zei tot mij: je vraagt te véél!- ga niet te ver* Letterlijk: voegt er niet aan toe. door mij nog eens toe te spreken met zo’n toespraak!-
27
beklim de top van de Pisga, hef je ogen op, zeewaarts, noordwaarts, zuidwaarts en richting dageraad, en zie het met je eigen ogen aan; want je zult deze Jordaan níet oversteken!-
28
geef geboden aan Jozua, sterk hem en bemoedig hem; want híj zal de oversteek maken voor het aanschijn van deze gemeente uit, en hij zal ze deel geven aan het land dat jij mag zien!