Instellingen

21


En Jozua gebood ik

in dat tijdsgewricht,- ik zei:
je ogen hebben gezien
al wat de Ene, uw God,
met deze twee koningen heeft gedaan;
zo zal de Ene doen met alle koninkrijken
waarheen jij gaat oversteken;

22


vreest hen niet;

want de Ene, God-over-u,
hij is het die de oorlog voor u voert!
••

23


Ik smeekte om genade bij de Ene,-

in dat tijdsgewricht, en zei:

24


mijn Heer, Ene,

gíj zijt begonnen uw dienaar te doen zien
uw grootheid
en uw sterke hand,-
immers, welke Godheid is er
   in de hemelen en op de aarde

wiens doen zal zijn
   als uw daden en uw overwinningen!-

25


laat mij toch oversteken,

doe mij zíen het goede land
daar op de overzij van de Jordaan,-
dat goede gebergte, en de Libanon!

26


Maar toen ontstak de Ene vanwege u
   tegen mij,

en hij heeft niet naar mij willen horen;
de Ene zei tot mij: je vraagt te véél!-
ga niet te ver* Letterlijk: voegt er niet aan toe.
door mij nog eens toe te spreken
   met zo’n toespraak!-

27


beklim de top van de Pisga,

hef je ogen op, zeewaarts, noordwaarts,
   zuidwaarts en richting dageraad,
   en zie het met je eigen ogen aan;

want je zult deze Jordaan níet oversteken!-

28


geef geboden aan Jozua,
   sterk hem en bemoedig hem;

want híj zal de oversteek maken
voor het aanschijn van deze gemeente uit,
en hij zal ze deel geven
aan het land dat jij mag zien!