Instellingen

23


Ik smeekte om genade bij de Ene,-

in dat tijdsgewricht, en zei:

24


mijn Heer, Ene,

gíj zijt begonnen uw dienaar te doen zien
uw grootheid
en uw sterke hand,-
immers, welke Godheid is er
   in de hemelen en op de aarde

wiens doen zal zijn
   als uw daden en uw overwinningen!-

25


laat mij toch oversteken,

doe mij zíen het goede land
daar op de overzij van de Jordaan,-
dat goede gebergte, en de Libanon!

26


Maar toen ontstak de Ene vanwege u
   tegen mij,

en hij heeft niet naar mij willen horen;
de Ene zei tot mij: je vraagt te véél!-
ga niet te ver* Letterlijk: voegt er niet aan toe.
door mij nog eens toe te spreken
   met zo’n toespraak!-

27


beklim de top van de Pisga,

hef je ogen op, zeewaarts, noordwaarts,
   zuidwaarts en richting dageraad,
   en zie het met je eigen ogen aan;

want je zult deze Jordaan níet oversteken!-

28


geef geboden aan Jozua,
   sterk hem en bemoedig hem;

want híj zal de oversteek maken
voor het aanschijn van deze gemeente uit,
en hij zal ze deel geven
aan het land dat jij mag zien!

29


We hebben ons toen neergezet

tegenover Bet Peor.