mijn Heer, Ene, gíj zijt begonnen uw dienaar te doen zien uw grootheid en uw sterke hand,- immers, welke Godheid is er in de hemelen en op de aarde wiens doen zal zijn als uw daden en uw overwinningen!-
25
laat mij toch oversteken, doe mij zíen het goede land daar op de overzij van de Jordaan,- dat goede gebergte, en de Libanon!
26
Maar toen ontstak de Ene vanwege u tegen mij, en hij heeft niet naar mij willen horen; de Ene zei tot mij: je vraagt te véél!- ga niet te ver* Letterlijk: voegt er niet aan toe. door mij nog eens toe te spreken met zo’n toespraak!-
27
beklim de top van de Pisga, hef je ogen op, zeewaarts, noordwaarts, zuidwaarts en richting dageraad, en zie het met je eigen ogen aan; want je zult deze Jordaan níet oversteken!-
28
geef geboden aan Jozua, sterk hem en bemoedig hem; want híj zal de oversteek maken voor het aanschijn van deze gemeente uit, en hij zal ze deel geven aan het land dat jij mag zien!
29
We hebben ons toen neergezet tegenover Bet Peor. •