Instellingen

15


Zie, gegeven heb ik heden aan je aanschijn

het leven en het goede,-
de dood en het kwade,

16


nu ik je gebied

vandaag
om lief te hebben
de Ene, je God, door te wandelen
   in zijn wegen,

en te bewaken zijn geboden,
   zijn inzettingen en zijn rechtsregels;

leven zul je dan en talrijk worden,
zegenen zal jou de Ene, je God,
in het land
waar jij komt om het te beërven.

17


Maar als je hart zich afwendt en je niet hoort,

je je laat meeslepen
en je buigen zult voor ándere goden
   en die zult dienen,

18


dan heb ik u heden gemeld

dat ge verloren en teloor zult gaan;
ge zult geen dagen verlengen
   op de –rode– grond

waarvoor je nu de Jordaan oversteekt
om daar te komen, om haar te beërven.

19


Ik laat heden tegen u getuigen

de hemelen en de aarde;
het leven en de dood
   heb ik gegeven aan uw aanschijn,

de zegen en de verwensing;
kies dan het leven,
opdat je leeft, jij en je zaad,

20


door lief te hebben de Ene, je God,

door te horen naar zijn stem
   en hem aan te hangen;

want hij is je leven en de lengte van je dagen
om te zetelen op de –rode– grond
welke de Ene aan je vaderen,
   aan Abraham, aan Isaak en aan Jakob
   heeft gezworen

hun te geven.