Overladen zal hij je, de Ene, je God, in elke daad van je hand, in de vrucht van je schoot, in de vrucht van je vee en in de vrucht van je –rode– grond, ten goede,- omdat de Ene zal terugkeren naar plezier over jou, ten goede, zoals hij plezier heeft gehad in je vaderen.
|