Instellingen

9


Overladen zal hij je, de Ene, je God,
   in elke daad van je hand,

in de vrucht van je schoot,
   in de vrucht van je vee
   en in de vrucht van je –rode– grond,
   ten goede,-

omdat de Ene zal terugkeren
naar plezier over jou, ten goede,
zoals hij plezier heeft gehad in je vaderen.

10


Omdat je hoort

naar de stem van de Ene, je God,
door zijn geboden en zijn inzettingen
   te bewaken,

al wat geschreven staat
in de boekrol van dit onderricht;
omdat je terugkeert tot de Ene, je God,
met heel je hart en met heel je ziel!
••

11


Want dit gebod

dat ik je heden gebied:
het is niet te wonderlijk voor je
en niet te ver weg is het;

12


niet in de hemelen is het,-

om te zeggen
‘wie zal voor ons opklimmen ten hemel,
   het voor ons halen

en het ons doen horen,
   zodat wij het kunnen doen?’;

13


niet aan de overzijde van de zee is het,-

om te zeggen
‘wie zal voor ons oversteken
   naar de overzij van de zee,
   het voor ons halen

en het ons doen horen,
   zodat wij het kunnen doen?’;

14


nee, zeer dicht bij je is het woord:

in je mond en in je hart,
   om het te doen!

••