| 14 | Dan zegt de Ene tot Mozes: ziehier, genaderd zijn voor jou de dagen om te sterven, roep Jozua en posteer je samen in de tent van samenkomst, dan zal ik hem geboden geven; Mozes gaat heen met Jozua en zij posteren zich in de tent van samenkomst.
| |
| 15 | De Ene laat zich zien in de tent in een wolkkolom; de wolkkolom staat voor de open kant van de tent. ••
| |
| 16 | Dan zegt de Ene tot Mozes: zie, jij gaat slapen bij je vaderen; opstaan zal deze gemeente en nahoereren de vreemde goden van het land in welks schoot hij nu komt; hij zal mij verlaten en mijn verbond verbreken dat ik met hem heb gesmeed;
| |
| 17 | te dien dage zal mijn woede tegen hem oplaaien en zal ik hem verlaten; ik zal mijn aanschijn voor hem verbergen en hij zal tot etenswaar worden, en vele kwellingen en benauwingen zullen hem treffen; te dien dage zal hij zeggen: is het niet omdat mijn God mij niet nabij is dat mij deze kwalen hebben getroffen?
| |
| 18 | Maar ik, ik zal te dien dage mijn aanschijn verbergen en verborgen houden om al het kwaad dat hij heeft gedaan; omdat hij zich heeft gewend tot andere goden!
| |
| 19 | Welnu, schrijf voor u deze zang op en leer haar de zonen Israëls, leg haar in hun mond,- opdat ze voor mij zal wezen, deze zang, tot getuigenis tegen de zonen Israëls.
| |
| 20 | Wanneer ik hem zal brengen naar de –rode– grond die ik heb gezworen aan zijn vaderen,- overvloeiend van melk en honing, en hij heeft gegeten, is verzadigd en is vet geworden,- en zal zich wenden tot andere goden en die dienen, mij verachten en het verbond met mij verbreken,-
| |
| 21 | en het zal geschieden dat hem treffen vele kwellingen en benauwingen,- voor zijn aanschijn zal dan deze zang antwoorden als getuigenis, want ze zal niet vergeten raken uit de mond van zijn zaad; ja ik kende zijn vorm al: al wat hij heden doet,- vóórdat ik hem deed komen in het land dat ik heb gezworen!
| |
| 22 | Te dien dage schrijft Mozes deze zang op,- en leert haar de zonen Israëls.
| |
| 23 | Hij gebiedt Jozua, zoon van Noen, en zegt: wees sterk en vastbesloten, want jíj zult de zonen Israëls doen komen in het land dat ik hun heb gezworen; ík zal met je wezen!
| |
| 24 | Het geschiedt als Mozes ten einde is met het opschrijven van de woorden van dit onderricht op een rol,- totdat ze een volmaakt geheel zijn,
| |
| 25 | dat Mozes de Levieten gebiedt, de dragers van de ark van het verbond met de Ene, en zegt:
| |
| 26 | neem de rol met dit onderricht, en leggen zult ge die naast de ark van het verbond met de Ene, uw God,- dan zal hij daar bij je wezen tot getuigenis;
| |
| 27 | want zelf heb ik weet van je weerspannigheid, en je nek, hoe hard die is; zie, terwijl ik heden nog levend bij u ben zijt ge al weerspannig geweest tegen de Ene; hoe dan ná mijn dood!-
| |
| 28 | vergadert tot mij alle oudsten van uw stammen en uw gerechtsbeambten,- dan zal ik deze uitspraken voor hun oren uitspreken en als getuige tegen hen oproepen de hemelen en de aarde!-
| |
| 29 | want ik wéét: ná mijn dood zult gij het vol bederf verderven en afwijken van de weg die ik u heb geboden; in het laatst der dagen zal u het kwaad ontmoeten, wanneer ge doen zult wat kwaad is in de ogen van de Ene, door hem te krenken met de daden van uw handen!
| |
| 30 | Dan spreekt Mozes in de oren van heel de vergadering van Israël de woorden van deze zang uit,- totdat ze voleindigd zijn. •
| |