Hij gebiedt Jozua, zoon van Noen, en zegt: wees sterk en vastbesloten, want jíj zult de zonen Israëls doen komen in het land dat ik hun heb gezworen; ík zal met je wezen!
24
Het geschiedt als Mozes ten einde is met het opschrijven van de woorden van dit onderricht op een rol,- totdat ze een volmaakt geheel zijn,
25
dat Mozes de Levieten gebiedt, de dragers van de ark van het verbond met de Ene, en zegt:
26
neem de rol met dit onderricht, en leggen zult ge die naast de ark van het verbond met de Ene, uw God,- dan zal hij daar bij je wezen tot getuigenis;
27
want zelf heb ik weet van je weerspannigheid, en je nek, hoe hard die is; zie, terwijl ik heden nog levend bij u ben zijt ge al weerspannig geweest tegen de Ene; hoe dan ná mijn dood!-
28
vergadert tot mij alle oudsten van uw stammen en uw gerechtsbeambten,- dan zal ik deze uitspraken voor hun oren uitspreken en als getuige tegen hen oproepen de hemelen en de aarde!-
29
want ik wéét: ná mijn dood zult gij het vol bederf verderven en afwijken van de weg die ik u heb geboden; in het laatst der dagen zal u het kwaad ontmoeten, wanneer ge doen zult wat kwaad is in de ogen van de Ene, door hem te krenken met de daden van uw handen!
30
Dan spreekt Mozes in de oren van heel de vergadering van Israël de woorden van deze zang uit,- totdat ze voleindigd zijn. •