Instellingen

22


Te dien dage schrijft Mozes deze zang op,-

en leert haar de zonen Israëls.

23


Hij gebiedt

Jozua, zoon van Noen,
en zegt:
wees sterk en vastbesloten,
want jíj
zult de zonen Israëls doen komen
in het land dat ik hun heb gezworen;
ík zal met je wezen!

24


Het geschiedt als Mozes ten einde is

met het opschrijven
   van de woorden van dit onderricht
   op een rol,-

totdat ze een volmaakt geheel zijn,

25


dat Mozes de Levieten gebiedt,

de dragers van de
   ark van het verbond met de Ene,
   en zegt:

26


neem

de rol met dit onderricht,
en leggen zult ge die
naast de ark van het verbond met de Ene,
   uw God,-

dan zal hij daar bij je wezen tot getuigenis;

27


want zelf heb ik weet van
   je weerspannigheid,

en je nek, hoe hard die is;
zie, terwijl ik heden nog levend bij u ben
zijt ge al weerspannig geweest
   tegen de Ene;

hoe dan ná mijn dood!-

28


vergadert tot mij alle oudsten
   van uw stammen
   en uw gerechtsbeambten,-

dan zal ik deze uitspraken
voor hun oren uitspreken
en als getuige tegen hen oproepen
de hemelen en de aarde!-

29


want ik wéét:

ná mijn dood zult gij het vol bederf
   verderven

en afwijken van de weg
die ik u heb geboden;
in het laatst der dagen
   zal u het kwaad ontmoeten,

wanneer ge doen zult
   wat kwaad is in de ogen van de Ene,

door hem te krenken
   met de daden van uw handen!

30


Dan spreekt Mozes

in de oren van
   heel de vergadering van Israël

de woorden van deze zang uit,-
totdat ze voleindigd zijn.