Instellingen

8


toen hij-in-den-hoge volkeren opdeelde,

toen hij de zonen van Adam scheidde,
bepaalde hij de gebieden
   voor gemeenschappen

naar het getal van de zonen Israƫls.

9


Want het deel van de Ene is zijn gemeente;

Jakob het meetsnoer van zijn erfdeel.

10


Hij vond hem in een land dat woestijn was,

in een woestenij, een wildernis vol gehuil;
hij omringde hem, paste op hem,
behoedde hem als de appel van zijn oog;

11


zoals een arend zijn nest wekt,

over zijn jong heen en weer wervelt,-
zijn vleugels uitspreidt, het opneemt,
het draagt op zijn wieken,

12


zo leidde hem alleen de Ene,

zonder vreemde godheid bij zich.