toen hij-in-den-hoge volkeren opdeelde, toen hij de zonen van Adam scheidde, bepaalde hij de gebieden voor gemeenschappen naar het getal van de zonen Israƫls.
Want het deel van de Ene is zijn gemeente; Jakob het meetsnoer van zijn erfdeel.
10
Hij vond hem in een land dat woestijn was, in een woestenij, een wildernis vol gehuil; hij omringde hem, paste op hem, behoedde hem als de appel van zijn oog;
11
zoals een arend zijn nest wekt, over zijn jong heen en weer wervelt,- zijn vleugels uitspreidt, het opneemt, het draagt op zijn wieken,
12
zo leidde hem alleen de Ene, zonder vreemde godheid bij zich.