Hij zegt: de Ene is gekomen van de Sinaï en voor hen gaan stralen van de Seïr, hij is in glans verschenen van de berg Paran en naar voren geschreden uit menigten van heiligen; in zijn rechterhand voor hen het vuur van een bevel.
3
Ja, hij heeft de manschappen lief, al zijn heiligen, ze zijn in uw hand; de anderen liggen neergeworpen voor je voeten en men draagt lasten vanwege uw woorden!
4
Het onderricht gebood ons Mozes,- het erfgoed van de vergadering van Jakob!
5
Er kwam in Jesjoeroen een koning, toen zich verzamelden de hoofden van de gemeente, zich verenigden de stamstaven van Israël.