Een toevlucht is deze God-van-oudsher, sterke armen zijn hier beneden sinds eeuwig; hij onterve voor jouw aanschijn de vijand en zegge: verdelg!
28
Veilig moge Israël wonen, ongestoord bij de welput van Jakob in een land van koren en most,- en daarbij mogen zijn hemelen druipen van dauw!
29
Zalig ben jij, Israël, wíe is als jij?- een gemeenschap gered door de Ene, het schild dat jou helpt en wiens zwaard je hoogste trots is; mogen je vijanden zichzelf verloochenen voor jou, moge jóuw weg lopen over hun hoogten! ••