Instellingen

26


Géén is er als de Godheid, Jesjoeroen,

die rijdt door de hemelen om jou te helpen,-
in zijn hoogheid over de wolken.

27


Een toevlucht is deze God-van-oudsher,

sterke armen zijn hier beneden
   sinds eeuwig;

hij onterve voor jouw aanschijn de vijand
   en zegge: verdelg!

28


Veilig moge Israël wonen,
   ongestoord bij de welput van Jakob

in een land van koren en most,-
en daarbij mogen zijn hemelen
   druipen van dauw!

29


Zalig ben jij, Israël, wíe is als jij?-

een gemeenschap gered door de Ene,
het schild dat jou helpt
en wiens zwaard je hoogste trots is;
mogen je vijanden zichzelf verloochenen
   voor jou,

moge jóuw weg lopen over hun hoogten!
••