Mozes klimt op van de steppen van Moab naar de berg Nebo, de top van de Pisga in het aanschijn van Jericho; dan laat de Ene hem heel het land zien,- de Gilead tot aan Dan;
heel Naftali, het land van Efraïm en Manasse, heel het land van Juda tot aan de zee daarachter;
3
de Negev en de streek: de kloof van Jericho, de palmenstad, tot aan Tsoar.
4
Dan zegt de Ene tot hem: dit is het land dat ik heb gezworen aan Abraham, Isaak en Jakob toen ik zei: aan jouw zaad zal ik het geven!- ik heb het je doen zien met eigen ogen, maar je zult daarheen niet oversteken!
5
Dan sterft hij dáár, Mozes, de dienaar van de Ene, in het land van Moab, op last van de Ene.
6
Die begraaft hem in het dal in het land van Moab tegenover Bet Peor; en niemand weet zijn graf tot op deze dag.