Instellingen

32


Want vraag toch naar eerdere dagen
   die geweest zijn vóór jouw aanschijn,

vanaf de dag dat God op het aardland
   een –rode– mens schiep

en van het ene eind van de hemelen
   tot aan het andere eind van de hemelen:

is er ooit iets geschied
als dit grootse woord,
of te horen geweest als dit?-

33


heeft ooit een gemeenschap
   de stem van God
   horen spreken vanuit het vuur
   zoals jíj hebt gehoord, en bleef hij in leven?

34


Of heeft ooit een god beproefd

ertoe te komen zich een volk te nemen
uit de schoot van een ander volk
door beproevingen, tekenen,
   wonderen en oorlog,

met sterke hand en uitgestrekte arm
en grote vreeswekkende daden,-
zoals al wat de Ene, uw God,
   voor u heeft gedaan in Egypte
   voor uw eigen ogen?

35


Jíj kreeg het te zien, om te weten:

ja, de Ene, dé God is hij,-
géén is er verder buiten hem.

36


Vanuit de hemelen heeft hij zijn stem
   doen horen
   om je terecht te wijzen,-

op het aardland
heeft hij je zijn grote vuur doen zien
en zijn woorden heb je gehoord
   vanuit het vuur.

37


Om het feit

dat hij je vaderen beminde
kiest hij voor hun zaad ná hen,-
en leidt hij je met zijn aanschijn,
   met zijn grote kracht,
   weg uit Egypte,-

38


om volken groter en sterker dan jij

te onterven van jouw aanschijn,-
om je er te doen aankomen,
om je hun land ten erfdeel te geven
   zoals op deze dag.

39


Beseffen zul je op deze dag,

en doen keren
tot je hart,
dat de Ene, dat hij dé God is
in de hemelen boven
en op de aarde beneden;
verder géén.

40


Bewaken zul je
   zijn inzettingen en zijn geboden

die ik je op deze dag gebied,-
zodat het je goed gaat, jou
en je zonen ná jou;
en opdat je dagen zult verlengen
   op de –rode– grond

welke de Ene, je God, je nu geeft
   voor alle dagen!