opdat daarheen kan vluchten een doodslager die zijn naaste ongewild-en-ongeweten doodslaat, en hem niet gister en eergister al haatte; vluchten zal hij naar één van deze steden, en leven:
43
Betser, in de woestijn, in het land van de vlakte, van de Rubeniet; Ramot op de Gilead van de Gadiet en Golan op de Basan van de Manassiet.
44
Dit is het onderricht, dat Mozes heeft neergelegd voor het aanschijn van de zonen Israëls.
45
Dit zijn de overeenkomsten, de inzettingen en de rechtsregels,- die Mozes heeft gesproken tot de zonen Israëls bij hun uittocht uit Egypte,
46
op de overzij van de Jordaan, in het dal tegenover Bet Peor in het land van Sichon, koning van de Amoriet die in Chesjbon zetelde; welke Mozes, met de zonen Israëls, heeft verslagen bij hun uittocht uit Egypte.
47
Ze beërfden zíjn land en het land van Og, koning van de Basan, -twee koningen van de Amoriet waren er op de overzij van de Jordaan, daar waar de zon gaat stralen-
48
van Aroëer op de lip van de beek Arnon tot de berg Sirjon, dat is de Hermon,-
49
heel de steppe op de overzij van de Jordaan aan zonsopgangszijde tot aan de Steppezee onder de hellingen van de Pisga. •