Instellingen

41


Dan zondert Mozes drie steden af

op de overzij van de Jordaan,-
daar waar de zon gaat stralen,-

42


opdat daarheen kan vluchten
   een doodslager

die zijn naaste ongewild-en-ongeweten
   doodslaat,

en hem niet gister en eergister al haatte;
vluchten zal hij
naar één van deze steden, en leven:

43


Betser, in de woestijn,
   in het land van de vlakte,
   van de Rubeniet;

Ramot op de Gilead van de Gadiet
en Golan op de Basan van de Manassiet.

44


Dit is het onderricht,

dat Mozes heeft neergelegd
voor het aanschijn van de zonen Israëls.

45


Dit zijn de overeenkomsten,

de inzettingen en de rechtsregels,-
die Mozes heeft gesproken
   tot de zonen Israëls

bij hun uittocht uit Egypte,

46


op de overzij van de Jordaan,
   in het dal

tegenover Bet Peor
in het land
van Sichon, koning van de Amoriet
die in Chesjbon zetelde;
welke Mozes, met de zonen Israëls,
   heeft verslagen

bij hun uittocht uit Egypte.

47


Ze beërfden zíjn land en het land van Og,
   koning van de Basan,

-twee koningen van de Amoriet waren er
op de overzij van de Jordaan,
daar waar de zon gaat stralen-

48


van Aroëer

op de lip van de beek Arnon
   tot de berg Sirjon,
   dat is de Hermon,-

49


heel de steppe op de overzij van de Jordaan

aan zonsopgangszijde
tot aan de Steppezee
onder de hellingen van de Pisga.