Instellingen

4


Aanschijn bij aanschijn

heeft de Ene met ons gesproken op de berg
   vanuit het vuur;

5


terwijl in dat tijdsgewricht ik bleef staan
   tussen de Ene en u

om u te melden wat werd gesproken
   door de Ene;

want ge waart bevreesd voor het aanschijn
   van het vuur

en hebt de berg niet beklommen; hij zei:
••

6


ik ben de Ene, God-over-jou,

die jou heb uitgeleid uit het land van Egypte,
   uit het dienaarshuis;

7


laat dát er niet bij jou wezen:
   andere goden, tegen mijn aanschijn in!-

8


niet zul je je maken
   een kapbeeld van enige gestalte

in de hemelen boven,
op de aarde beneden,
en in de wateren onder de aarde!-

9


niet zul je voor hen je buigen,

niet zul je hen dienen;
want ik,
de Ene, God-over-jou,
   ben een naijverig god,

die onrecht van vaders bezoekt aan zonen,
en aan derden en vierden
   van wie mij haten;

10


maar die vriendschap bewijst aan duízenden:

aan wie mij liefhebben
   en mijn geboden bewaken!-

••

11


niet zul je de naam van de Ene,
   God-over-jou,
   aanheffen voor valse zaken,

want niet ongestraft laat de Ene
wie zijn naam aanheft in valse zaken;
••