Instellingen

20


Wanneer je zoon je morgen de vraag stelt
   en zegt:

wat ís dat met de overeenkomsten,
de inzettingen en de rechtsregels
welke de Ene, onze God, u heeft geboden?

21


Zeggen zul je dan tot je zoon:

dienaren waren wij bij Farao in Egypte,
en toen leidde de Ene ons weg uit Egypte
   met sterke hand;

22


de Ene gaf

tekenen en wonderen, groot en kwaadaardig,
   in Egypte, aan Farao en aan heel zijn huis,
   voor onze ogen;

23


maar ons heeft hij daaruit weggeleid,-

opdat hij ons zou doen binnenkomen
en ons geven: het land
dat hij aan onze vaderen heeft gezworen;

24


de Ene gebiedt ons

om al deze inzettingen te dóen,
om ontzag te hebben voor de Ene,
   God-over-ons,-

ons ten goede al de dagen,
om ons te doen leven, zoals op deze dag;

25


gerechtigheid zal het ons wezen,-

wanneer wij waken om
   al deze geboden te doen

voor het aanschijn van de Ene,
   God-over-ons,
   zoals hij ons heeft geboden!

••