Wanneer je zoon je morgen de vraag stelt en zegt: wat ís dat met de overeenkomsten, de inzettingen en de rechtsregels welke de Ene, onze God, u heeft geboden?
Zeggen zul je dan tot je zoon: dienaren waren wij bij Farao in Egypte, en toen leidde de Ene ons weg uit Egypte met sterke hand;
22
de Ene gaf tekenen en wonderen, groot en kwaadaardig, in Egypte, aan Farao en aan heel zijn huis, voor onze ogen;
23
maar ons heeft hij daaruit weggeleid,- opdat hij ons zou doen binnenkomen en ons geven: het land dat hij aan onze vaderen heeft gezworen;
24
de Ene gebiedt ons om al deze inzettingen te dóen, om ontzag te hebben voor de Ene, God-over-ons,- ons ten goede al de dagen, om ons te doen leven, zoals op deze dag;
25
gerechtigheid zal het ons wezen,- wanneer wij waken om al deze geboden te doen voor het aanschijn van de Ene, God-over-ons, zoals hij ons heeft geboden! ••