Instellingen

13


liefhebben zal hij je,

zegenen zal hij je en je talrijk maken;
zegenen zal hij de vrucht van je schoot
   en de vrucht van je –rode– grond:
   je koren, je most en je persolie,

de worp van je runderen
   en de weligheid van je wolvee,

op de –rode– grond
die hij aan je vaderen heeft gezworen
   jou te geven.