altijd in al mijn gebed voor u allen als ik met vreugde het gebed doe,-
5
om uw aandeel in de evangelieverkondiging, vanaf de eerste dag tot nu toe,
6
juist hiervan overtuigd dat hij die een goed werk in u begonnen is, het zal voltooien, tot op de dag van Christus Jezus.
7
Zoals het voor mij recht is zo over u allen te denken, omdat ik van u in het hart houd dat ge én in mijn boeien én in de verdediging en bekrachtiging van de evangelieverkondiging allen mijn deelgenoten zijt in de genade.
8
Want God is mijn getuige hoe ik naar u allen verlang met de innigheid van Christus Jezus.
9
En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig mag worden in kennis en alle fijngevoeligheid,
10
zodat ge kunt toetsen welke dingen verschil uitmaken, opdat ge glashelder en zonder aanstoot zijt op de dag van Christus,
11
vervuld van de vrucht van de rechtvaardiging door Jezus Christus, tot glorie en lof van God.