Instellingen

3


Ik zeg dank aan mijn God

bij elke herinnering aan u,

4


altijd in al mijn gebed

voor u allen als ik met vreugde
het gebed doe,-

5


om uw aandeel in

de evangelieverkondiging,
vanaf de eerste dag tot nu toe,

6


juist hiervan overtuigd

dat hij die een goed werk
in u begonnen is, het zal voltooien,
tot op de dag van Christus Jezus.

7


Zoals het voor mij recht is

zo over u allen te denken,
omdat ik van u in het hart houd
dat ge én in mijn boeien
én in de verdediging en bekrachtiging
van de evangelieverkondiging
allen mijn deelgenoten zijt
in de genade.

8


Want God is mijn getuige

hoe ik naar u allen verlang
met de innigheid van Christus Jezus.

9


En dit bid ik, dat uw liefde

nog meer en meer
overvloedig mag worden
in kennis en alle fijngevoeligheid,

10


zodat ge kunt toetsen

welke dingen verschil uitmaken,
opdat ge glashelder en
zonder aanstoot zijt
op de dag van Christus,

11


vervuld van de vrucht

van de rechtvaardiging
door Jezus Christus,
tot glorie en lof van God.