Ik heb het wel noodzakelijk geacht Epafroditus, mijn broeder en mede-arbeider en mede-soldaat, en uw afgezant en voorziener in mijn behoefte, naar u toe te sturen,
daar hij naar u allen verlangde, en ongelukkig was omdat gij gehoord had dat hij ziek was.
27
Want hij ís ook ziek geweest, bijna dood. Maar God heeft zich over hem ontfermd, niet alleen over hem maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid kreeg.
28
Des te spoediger heb ik hem dan gestuurd, opdat ge, als ge hem ziet, u weer verheugt en ik minder bedroefd ben.
29
Ontvangt hem dan, in eenheid met de Heer, met alle vreugde, en houdt zulke mensen in ere,
30
omdat hij door het werk voor Christus de dood nabij geweest is, en hij heeft lijf-en-ziel gewaagd om aan te vullen wat aan uw dienst aan mij ontbrak.