Instellingen

1


Zó,

broeders-en-zusters van mij
die ik liefheb
en naar wie ik verlang,
mijn vreugde en mijn kroon,
staat zó vast in de Heer,
geliefden!

2


Euodia roep ik op

en Syntyche roep ik op
om in eenheid met de Heer
op hetzelfde te zinnen;

3


ja, ik vraag ook jou,

hartelijke Synzygus:
trek je deze vrouwen aan,
die samen met mij in de verkondiging
gestreden hebben, met ook Clemens
en mijn overige mede-arbeiders
wier namen staan
in het boek des levens.