Instellingen

1


Zó,

broeders-en-zusters van mij
die ik liefheb
en naar wie ik verlang,
mijn vreugde en mijn kroon,
staat zó vast in de Heer,
geliefden!

2


Euodia roep ik op

en Syntyche roep ik op
om in eenheid met de Heer
op hetzelfde te zinnen;

3


ja, ik vraag ook jou,

hartelijke Synzygus:
trek je deze vrouwen aan,
die samen met mij in de verkondiging
gestreden hebben, met ook Clemens
en mijn overige mede-arbeiders
wier namen staan
in het boek des levens.

4


Verheugt u in de Heer, altijd;

nog eens zal ik zeggen: verheugt u!

5


Laat uw vriendelijkheid bekend worden

aan alle mensen.
De Heer is nabij.

6


Weest over niets bezorgd,-

nee, laten
in alles, in aanbidding en smeking
met dankzegging,
uw vragen bekend worden
bij God.

7


En de vrede van God,

die alle denken te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten
bewaren in Christus Jezus.

8


Voor het overige, broeders-en-zusters,

al wat waarachtig is,
al wat eerbiedwaardig is,
al wat rechtvaardig is,
al wat ongerept is,
al wat liefelijk is,
al wat welluidend is,-
als er enige deugd is,
als iets lof verdient,
overweegt dát;

9


wat ge ook hebt geleerd

en aangenomen en gehoord
en gezien in de omgang met mij,
brengt dát in praktijk;
en de God van de vrede
zal met u zijn.