Toch hebt ge er goed aan gedaan mee te delen in mijn verdrukking.
15
Gij weet het ook zelf, Filippenzen: in het begin van de verkondiging, toen ik uit Macedonië vertrok, heeft geen enkele vergadering met mij een rekening van uitgeven en aannemen willen delen behalve gij alleen,
16
en in Tessalonica hebt ge een- en andermaal naar mij gestuurd wat ik nodig had.
17
Niet dat ik het geschenk zoek, nee, ik zoek de vrucht die op uw rekening vermeerdert.
18
Maar ik heb alles binnen en heb overvloed; ik heb volop nu ik van Epafroditus dat van u heb ontvangen: ‘een welriekende geur’ (Ex. 29,18), een aangename offerande, welbehaaglijk aan God.