Instellingen

13


Tot alles ben ik in staat

in eenheid met hem
die mij kracht geeft.

14


Toch hebt ge er goed aan gedaan

mee te delen in mijn verdrukking.

15


Gij weet het ook zelf, Filippenzen:

in het begin van de verkondiging,
toen ik uit Macedonië vertrok,
heeft geen enkele vergadering
met mij een rekening van
uitgeven en aannemen willen delen
behalve gij alleen,

16


en in Tessalonica hebt ge

een- en andermaal naar mij gestuurd
wat ik nodig had.

17


Niet dat ik het geschenk zoek,

nee, ik zoek de vrucht die
op uw rekening vermeerdert.

18


Maar ik heb alles binnen

en heb overvloed;
ik heb volop nu ik van Epafroditus
dat van u heb ontvangen:
‘een welriekende geur’ (Ex. 29,18),
een aangename offerande,
welbehaaglijk aan God.