Instellingen

18


Vrouwen, stelt u onder de mannen,

zoals het in de Heer betaamt;

19


mannen, hebt de vrouwen lief

en weest niet bitter tegen hen.

20


Kinderen, weest in alles gehoorzaam

aan de ouders, want dat is
in de Heer welgevallig;

21


vaders, tergt uw kinderen niet,

opdat ze niet mismoedig worden.

22


Dienstknechten, weest in alles

gehoorzaam aan wie
naar vlees-en-bloed uw heren zijn,-
niet met ogendiensten
als waart ge mensenbehagers,
maar in eenvoud van hart,
met ontzag voor de Heer;

23


wat ge ook doet,

werkt met hart-en-ziel:
het is voor de Heer
en niet voor mensen;

24


en weet dat ge van de Heer

als beloning het erfdeel
zult mogen aannemen;
weest dienstbaar aan de Heer,
Christus.

25


Want wie onrecht doet

zal het onrecht dat hij heeft gedaan
te dragen krijgen,
en er is geen
aanneming van het aanschijn.