Instellingen

1


Broeders-en-zusters van mij,

houdt het geloof
in onze Heer Jezus Christus
die in glorie regeert,
vrij van vooringenomenheid
en aanzien des persoons;

2


want als er in uw samenkomst

een man binnenkomt,
goudgeringd, in schitterende kleren,
maar er komt ook een arme binnen
in vuile kleren,

3


en ge ziet op tegen de man die

de schitterende kleren draagt en zegt
‘u, u kunt mooi hier zitten!’
en tegen de arme zegt ge
‘jij daar, blijf daar staan!’ of
‘onder m’n voetenbankje mag je zitten!’,-

4


en ge hebt geen goed onderscheid meer in u

en ge zijt
rechters met boze bedoelingen geworden!

5


Hoort, beminde broeders-en-zusters van mij:

heeft God niet wie arm zijn voor de wereld
uitgelezen als rijken in geloof
en erfgenamen van het koninkrijk
dat hij beloofd heeft aan
wie hem beminnen?-