Instellingen

13


Heeft iemand bij u kwaad te lijden,

laat hij bidden;
is iemand welgemoed,
laat hij psalmzingen!

14


Is iemand bij u ziek,

laat hij de oudsten van de vergadering
tot zich roepen
en laten zij een gebed over hem bidden,
hem met olie zalvend
in de naam van de Heer.

15


En dit gebed in geloof

zal de doodzieke redden:
opwekken zal hem de Heer,
en mocht hij zonden hebben gedaan,
het zal hem vergeven worden.

16


Belijdt daarom elkander de zonden

en bidt voor elkaar, opdat ge genezing vindt;
met kracht begiftigd vermag
een smeking van een rechtvaardige veel;

17


Elia was een mens die net zo

te lijden had als wij,
en in zijn bidden bad hij
dat het niet zou regenen, en
er viel geen regen op de aarde
drie jaren en zes maanden lang;

18


en weer bad hij en de hemel gaf regen

en de aarde bracht haar vrucht voort.

19


Broeders-en-zusters van mij,

als iemand bij u
wegdwaalt van de waarheid,
en iemand beweegt hem tot omkeer,-

20

die mag weten:
wie een zondaar beweegt tot
omkeer van zijn dwaalweg
zal zijn ziel redden uit de dood en
‘een menigte zonden bedekken’ (Spr. 10,12).