Instellingen

12


want als ge omkerend u afkeert

en het overblijfsel
   van deze volkeren zult aanhangen,

zij die bij u overgebleven zijn,
en u met hen verzwagert
   en bij hen binnenkomt
   en zij bij u,

13


welgeweten zult ge er weet van hebben

dat de Ene, uw God, niet zal dóórgaan
deze volkeren te onterven,
   weg van voor uw aanschijn;

worden zullen zij u tot klapnet en strik,
tot gesel op uw zijden
   en doornen in uw ogen,

totdat ge verdwenen zijt
van deze goede grond
die aan u gegeven heeft
de Ene, uw God;