Instellingen

22


Hij heeft ‘geen zonde gedaan

en in zijn mond
is geen bedrog gevonden’ (Jes. 53,9);

23


uitgescholden schold hij niet terug,

lijdend dreigde hij niet
maar gaf het over aan hem
die rechtvaardig oordeelt.

24


‘Onze zonden heeft hij gedragen’ (Jes. 53,4),

in zijn lichaam,
op het hout,
opdat wij, ontrukt aan de zonden,
zullen leven voor de gerechtigheid;
‘door zijn striemen
zijt gij genezen’ (Jes. 53,5).

25


Want ge waart

dwalende als schapen’ (Jes.53,6),
maar ge hebt u nu gekeerd
naar de herder en opziener
van uw zielen.