En mij werd een rietstengel gegeven, een scepter gelijk, met de woorden: sta op en meet de tempel van God, én het altaar en hen die daarin hulde brengen:
en laat de voorhof buiten de tempel erbuiten vallen en meet die níet, want hij werd aan de volkeren* Of: heidenen. gegeven en zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang;