Instellingen

3


en ik zal mijn twee getuigen opdracht geven

en zij zullen profeteren
twaalfhonderdzestig dagen lang,
gehuld in rouwzakken!

4


Zij zijn ‘de twee olijfbomen en de twee

kandelaren, die vóór het aanschijn
van de Heer van de aarde staan’

(Zach. 4,3 en 11-14).

5


En indien iemand hun onrecht wil doen,

zal vuur uitgaan uit hun mond
om hun vijanden te verteren.
Ja, indien iemand hun onrecht
zal willen doen,
moet hij zó sterven.

6


Zíj hebben de macht de hemel te sluiten,

zodat er geen regen valt
gedurende de dagen van hun profeteren.
En zij hebben macht over de wateren
om die in bloed te veranderen,
en om de aarde met allerlei plagen te slaan,
zo dikwijls als zij maar willen.