Instellingen

7


En er geschiedde oorlog in de hemel.

Michaël en zijn engelen streden
tegen de draak.
En de draak streed met zijn engelen.

8


Maar hij was niet sterk genoeg

en ook werd hun plaats in de hemel
niet meer gevonden.

9


Néérgeworpen werd de grote draak,

de aloude slang,
die genaamd wordt ‘uiteenwerper’ en ‘satan’,
die de hele bewoonde wereld verleidt,
néérgeworpen werd hij ter aarde,
néérgeworpen werden zijn engelen met hem.

10


En ik hoorde een luide stem in de hemel

roepen:
nú is geschied het heil en de kracht,
en de koninklijke heerschappij van onze God,
en de macht van zijn Gezalfde,
want néérgeworpen
is de aanklager van onze broeders,
die hen aanklaagde
vóór het aanschijn van onze God,
dag en nacht;

11


zijzelf hebben hem overwonnen

door het bloed van het lam
en het woord van hun getuigenis;
zij hebben hun leven
niet liefgehad tot in de dood;

12


daarom, verheugt u, hemelen,

en die daarin woont;
wee de aarde en de zee,
omdat de uiteenwerper
in grote woede tot u is afgedaald,
wetend dat hij weinig tijd heeft!