Instellingen

1


En ik zag, en zie:

het lam stond op de berg Sion,
en met hem honderdvierenveertigduizend
die zijn naam hadden,
en de naam van zijn Vader
was geschreven op hun voorhoofden.

2


En ik hoorde een stem uit de hemel

als een stem van vele wateren
en als een stem van een grote donderslag,
en de stem die ik hoorde
was als van citerspelers
die op hun citers musiceerden.

3


En zij zongen een nieuw lied

voor het aanschijn van de troon,
en voor het aanschijn van
de vier levende wezens en de oudsten,
en niemand kon het lied leren
dan die honderdvierenveertigduizend,
die van de aarde zijn vrijgekocht.

4


Zij zijn het die zich niet

met vrouwen hebben bezoedeld,
want zij zijn maagden,
zij, die het lam volgen
waarheen het ook maar gaat.
Zíj werden vrijgekocht uit de mensen
als eersteling voor God en het lam,

5


en in hun mond is geen leugen gevonden,

ze zijn zonder smet.

6


En ik zag een andere engel

in het midden van de hemel vliegen,
met een eeuwig evangelie om te verkondigen
aan hen die op aarde zijn gezeten,
aan alle volk en stam, taal en gemeenschap,-

7


zeggend met grote stem:

vreest God en geeft hem glorie,
want het uur van zijn gericht is gekomen;
brengt hem hulde die de hemel en de aarde,
de zee en de waterbronnen heeft gemaakt!