Instellingen

1


Aan de engel van de vergadering in Efeze,

schrijf:
zo zegt hij die de zeven sterren
houdt in zijn rechterhand,
die wandelt
te midden van de zeven gouden kandelaren:

2


ik ken je werken,

je moeite en volharding,
en dat je de kwaden niet kunt verdragen;
en je hebt degenen
die zeggen dat ze apostelen zijn
maar het niet zijn, op de proef gesteld
en je hebt hen leugenaars bevonden;

3


je hebt standvastigheid

en je hebt verdragen omwille van mijn naam,
en je bent het niet moe geworden;

4


maar ik heb tegen je,

dat je je eerste liefde hebt verlaten;

5


gedenk dan vanwaar je bent gevallen

en kom tot omkeer en doe je eerste werken;
zo niet, dan kom ik tot jou en zal ik
je kandelaar van haar plaats verwijderen
als je niet tot omkeer komt;

6


maar dit heb je vóór,

dat je de werken van de Nikolaïeten haat,
die ook ík haat;

7


wie een oor heeft,

hore wat de Geest tot de vergaderingen zegt;
aan de overwinnaar:
ik zal hem te eten geven
van de boom des levens,
die staat in het paradijs van God.