Instellingen

1


En ik zag een nieuwe hemel

en een nieuwe aarde,
want de eerste hemel en de eerste aarde
waren voorbijgegaan,
en de zee was niet meer.

2


En ik zag de heilige stad,

het nieuwe Jeruzalem,
neerdalen vanuit de hemel bij God,
toebereid als een bruid
die zich voor haar man heeft versierd.

3


En ik hoorde een grote stem

vanuit de troon zeggen:
zie,
de tent van God is bij de mensen,
en hij zal bij hen wonen
en zij zullen zijn gemeenten zijn
en God zelf zal bij hen zijn;

4


en iedere traan zal hij uit hun ogen afwissen;

en de dood is niet meer,
noch rouw noch geschreeuw
noch moeite:
de eerste dingen zijn voorbijgegaan!

5


En die op de troon zat zei:

zie,
ik maak alle dingen nieuw!
En hij zegt:
schrijf:
deze woorden zijn betrouwbaar
en waarachtig!

6


En hij zei tot mij:

het is geschied;
ik ben de alfa en de omega,
het begin en het einde;
ik zal de dorstige geven
uit de bron van het water des levens,
om niet;

7


wie overwint zal deze dingen beërven,

en ik zal hem een God zijn
en hij zal mij een zoon zijn;

8


maar de lafaards en trouwelozen

en verdorvenen en moordenaars
en hoereerders en tovenaars
en afgodendienaars en alle leugenaars,-
hun deel is in de poel
die brandt van vuur en zwavel,
dat is de tweede dood!