ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde;
14
zalig zij die hun gewaden wassen, opdat zij macht hebben over het geboomte des levens en door de poorten de stad binnenkomen;
15
buiten zijn de honden, de tovenaars en de hoereerders, de moordenaars en de afgodendienaars, en een ieder die leugen liefheeft en doet;
16
ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de vergaderingen; ik ben de wortel en de nakomeling van David, de stralende morgenster!
17
En de Geest en de bruid zeggen: kom! En wie het hoort, laat hij zeggen: kom! En wie dorst heeft: laat hij komen; wie wil, laat hij het levenswater nemen om niet.