Instellingen

1


En aan de engel van de vergadering

in Sardes,
schrijf:
zo spreekt hij
die de zeven geesten Gods heeft
en de zeven sterren:
ik ken je werken,
dat je de naam hebt dat je leeft,
maar je bent dood;

2


word wakker en versterk het overige

dat op het punt staat te sterven,
want ik heb je werken niet vol bevonden
voor het aanschijn van mijn God;

3


gedenk dan hoe je het ontvangen

en gehoord hebt
en bewaar het en kom tot omkeer;
als je niet wakker wordt,
zal ik komen als een dief,
en je zult niet weten op welk uur
ik tot je zal komen;

4


maar je hebt in Sardes enkele namen

die hun gewaden niet bezoedeld hebben;
en zij zullen met mij
in witte gewaden wandelen,
omdat zij het waardig zijn;

5


wie overwint,

zal zó met witte gewaden worden bekleed,
en ik zal zijn naam geenszins uitwissen
uit het boek des levens,
en ik zal zijn naam belijden
voor mijn Vader en zijn engelen;

6


wie een oor heeft,

hore wat de Geest tot de vergaderingen zegt!