En aan de engel van de vergadering in Sardes, schrijf: zo spreekt hij die de zeven geesten Gods heeft en de zeven sterren: ik ken je werken, dat je de naam hebt dat je leeft, maar je bent dood;
word wakker en versterk het overige dat op het punt staat te sterven, want ik heb je werken niet vol bevonden voor het aanschijn van mijn God;
3
gedenk dan hoe je het ontvangen en gehoord hebt en bewaar het en kom tot omkeer; als je niet wakker wordt, zal ik komen als een dief, en je zult niet weten op welk uur ik tot je zal komen;
4
maar je hebt in Sardes enkele namen die hun gewaden niet bezoedeld hebben; en zij zullen met mij in witte gewaden wandelen, omdat zij het waardig zijn;
5
wie overwint, zal zó met witte gewaden worden bekleed, en ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, en ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en zijn engelen;
6
wie een oor heeft, hore wat de Geest tot de vergaderingen zegt!