ik ken je werken: je bent noch koud, noch heet; was je maar koud of heet!-
16
zo dan, omdat je lauw bent en noch heet noch koud, zal ik je uit mijn mond spugen;
17
omdat je zegt: ‘ik ben rijk en heb me rijk gemaakt en heb niets nodig’, en je weet niet dat je ellendig en deerniswekkend, arm en blind en naakt bent;
18
ik raad je aan van mij te kopen goud dat in het vuur gelouterd is, om rijk te worden, en witte gewaden om je mee te kleden, opdat zo de schande van je naaktheid niet aan de dag komt, en ogenzalf om je ogen te zalven, opdat je ziet;
19
ikzelf bestraf en kastijd al wie ik liefheb; wees dan ijverig en kom tot omkeer;
20
zie, ik sta aan de deur en ik klop; indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij;
21
wie overwint, hem zal ik geven met mij te zitten op mijn troon, zoals ook ik heb overwonnen en met mijn Vader zit op zijn troon;
22
wie een oor heeft, hore wat de Geest tot de vergaderingen zegt!