Instellingen

14


En aan de engel van de vergadering

in Laodicea,
schrijf:
zo zegt
de Amen, de trouwe en waarachtige getuige,
het begin van de schepping Gods:

15


ik ken je werken:

je bent noch koud, noch heet;
was je maar koud of heet!-

16


zo dan, omdat je lauw bent en noch heet

noch koud,
zal ik je uit mijn mond spugen;

17


omdat je zegt:

‘ik ben rijk en heb me rijk gemaakt
en heb niets nodig’,
en je weet niet dat je ellendig
en deerniswekkend,
arm en blind en naakt bent;

18


ik raad je aan van mij te kopen

goud dat in het vuur gelouterd is,
om rijk te worden,
en witte gewaden om je mee te kleden,
opdat zo de schande van je naaktheid
niet aan de dag komt,
en ogenzalf om je ogen te zalven,
opdat je ziet;

19


ikzelf bestraf en kastijd

al wie ik liefheb;
wees dan ijverig en kom tot omkeer;

20


zie, ik sta aan de deur en ik klop;

indien iemand mijn stem hoort
en de deur opent,
zal ik bij hem binnenkomen
en ik zal met hem maaltijd houden
en hij met mij;

21


wie overwint,

hem zal ik geven
met mij te zitten op mijn troon,
zoals ook ik heb overwonnen
en met mijn Vader zit op zijn troon;

22


wie een oor heeft, hore wat de Geest

tot de vergaderingen zegt!