Naardense Bijbel > zoeken
En telkens wanneer de levende wezens glorie en eer en dankzegging geven aan hem die op de troon zit, die leeft tot in de eeuwen der eeuwen,
vallen de vierentwintig oudsten neer voor het aanschijn van hem die zetelt op de troon en brengen hulde aan hem die leeft tot in de eeuwen der eeuwen, en zij werpen hun kronen neer voor het aanschijn van de troon, roepend: