Instellingen

9


En telkens wanneer de levende wezens

glorie en eer en dankzegging geven
aan hem die op de troon zit,
die leeft tot in de eeuwen der eeuwen,

10


vallen de vierentwintig oudsten neer

voor het aanschijn van hem
die zetelt op de troon
en brengen hulde aan hem
die leeft tot in de eeuwen der eeuwen,
en zij werpen hun kronen neer
voor het aanschijn van de troon, roepend:

11


waardig zijt gij,

onze Heer en God,
om te ontvangen
de glorie en de eer en de kracht,
want gíj hebt het al geschapen
en door uw wil was het
en werd het geschapen!