vallen de vierentwintig oudsten neer voor het aanschijn van hem die zetelt op de troon en brengen hulde aan hem die leeft tot in de eeuwen der eeuwen, en zij werpen hun kronen neer voor het aanschijn van de troon, roepend:
11
waardig zijt gij, onze Heer en God, om te ontvangen de glorie en de eer en de kracht, want gíj hebt het al geschapen en door uw wil was het en werd het geschapen!