En een van de oudsten zei tot mij: ween niet, zie, overwonnen heeft de leeuw, uit de stam van Juda, de wortel van David, om de boekrol te openen met zijn zeven zegels!
6
En zie!- ik zag in het midden van de troon en van de vier levende wezens en in het midden van de oudsten een lam staan, geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten Gods uitgezonden over de hele aarde.
7
En het kwam en ontving de rol uit de rechterhand van hem die op de troon zat.
8
En toen het de boekrol aannam, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten neer voor het aanschijn van het lam, ieder met een citer en gouden schalen vol reukwerk,- dat zijn de gebeden van de heiligen.
9
En zij zongen een nieuw lied, en zeiden: waardig zijt gij de boekrol in ontvangst te nemen en zijn zegels te openen, want gij zijt geslacht en hebt vrijgekocht voor God met uw bloed mensen uit alle stam, taal, gemeenschap en volk;