Instellingen

14


Hij zegt tot haar: hoe ziet hij er uit?

En zij zegt:
een oude man die opklimt,
en hij is gehuld in een overkleed!
Dan weet Saul dat het Samuël is;
hij knielt, met de neusgaten ter aarde,
   en onderwerpt zich.

••

15


Samuël zegt tot Saul:
   waarom heb je mij laten schrikken
   door mij te laten opkomen?

Saul zegt: het is mij zeer benauwd,
   en de Filistijnen voeren oorlog met mij;

God is geweken van over mij
   en antwoordt niet meer,-

noch door de hand van de profeten,
   noch door de dromen;

ik heb om jou geroepen
om mij te doen weten wat ik moet doen!
••

16


Samuël zegt:

waarom vraag je het mij?-
de Ene is van over jou geweken
   en je benauwer geworden;

17


de Ene zal aan jou doen

zoals hij door mijn hand heeft gesproken:
de Ene scheurt het koningschap
   los uit jouw hand

en zal het aan je metgezel geven, aan David;

18


daar je niet hebt gehoord
   naar de stem van de Ene

en de gloed van zijn toorn
   niet hebt doen voelen in Amalek,-

daarom heeft de Ene dit spreken
op deze dag aan jou gedaan;

19


de Ene zal ook Israël, samen met jou,
   geven in de hand van de Filistijnen:

morgen
zijn jij en je zonen bij mij;
ook Israëls leger
zal de Ene geven
   in de hand van de Filistijnen!