Instellingen

19


Samuël antwoordt Saul

en zegt: ík ben de ziener,
beklim de hoogte voor mijn aanschijn uit,
eten zult gij vandaag met mij,-
en morgenochtend zend ik je weer heen;
en al wat je ter harte gaat zal ik je melden!-

20


over de ezelinnen

die jou verloren zijn
vandaag voor drie dagen:
zet je hart daar niet op,
   want ze zijn al gevonden;

maar naar wie gaat heel Israëls begeren uit?-
is het niet naar jou
en naar heel het huis van je vader?
••

21


Saul antwoordt en zegt:

ben ik niet een Benjaminiet
   uit de kleinste stammen van Israël?,

en is mijn familie niet de geringste
uit alle families
   uit de stammen van Benjamin?-

waarom heb je dan tot mij gesproken
in een spreken als dit?
••