Instellingen

22


Hij zegt:

ja, toen het kind nog leefde
   heb ik gevast en geweend,-

want, zei ik, wie weet
is de Ene mij genadig en zal het kind leven;

23


en nu is het gestorven:

waarom zal ik vasten?,
zou ik bij machte zijn
   het nog te laten terugkeren?-

ik kan naar hem toe gaan,
hij keert niet terug naar mij!