Instellingen

17


Ook haast zich

Sjimi, de zoon van Gera, een Benjaminiet
die uit Bachoeriem kwam;
met het manvolk van Juda daalt hij af
koning David tegemoet,

18


met duizend man bij zich, uit Benjamin,

en met Tsiva,
een hulpjongen uit het huis van Saul,
en zijn vijftien zonen
   en twintig dienaren bij zich;

vóór de verschijning van de koning uit
   hebben zij de Jordaan al bereikt.

19


Zij steken de oversteekplaats over

om het huis van de koning
   te helpen oversteken en

om te doen wat goed is in zijn ogen.
Als Sjimi, zoon van Gera,
is neergevallen
   voor het aanschijn van de koning,

nadat hij de Jordaan is overgestoken,

20


zegt hij tot de koning:

geen misdaad rekene mijn heer mij toe;
wil toch niet gedenken

21


wat je dienaar heeft misdaan

ten dage
dat mijn heer de koning wegtrok
uit Jeruzalem,-
en de koning ter harte nam!-
want je dienaar beseft het:
ja, ik heb gezondigd;
maar zie, ik ben heden gekomen
als eerste van heel het huis van Jozef
om af te dalen,
mijn heer de koning tegemoet!
••

22


Dan antwoordt Avisjai, zoon van Tseroeja,
   en zegt:

moet Sjimi hiervoor
niet worden gedood?-
want verwenst heeft hij
   de gezalfde van de Ene!

••

23


Maar David zegt:

wat is er tussen mij en u, zonen van Tseroeja
dat ge mij heden tot tegenstrever wordt?-
moet er heden
iemand in Israël worden gedood?-
alsof ik niet wéét
dat ik heden koning ben over Israël!

24


Dan zegt de koning tot Sjimi:
   je wordt niet gedood!

En de koning zweert het hem.
••