Instellingen

25


Ook Mefibosjet, kleinzoon van Saul,

is afgedaald de koning tegemoet;
hij heeft niets aan zijn voeten gedaan
   en niets aan zijn snor gedaan,

en heeft zijn gewaden niet gewassen
vanaf de dag dat de koning heenging
tot aan de dag
   dat hij in vrede terug zou komen.

26


En het geschiedt
   als hij in Jeruzalem is aangekomen
   om de koning te ontmoeten,-

dat de koning tot hem zegt:
waarom ben je niet met mij heengegaan,
   Mefibosjet?

27


Hij zegt:

mijn heer de koning,
   mijn dienstknecht heeft mij verraden;

want je dienaar heeft gezegd
‘ik laat mij de ezel zadelen
   en zal daarop rijdend
   met de koning meegaan’,

want je dienaar is kreupel,

28


maar hij heeft je dienaar belasterd

bij mijn heer de koning;
mijn heer de koning
   is als de engel van God:

doe wat goed is in je ogen!-

29


want heel het huis van mijn vader
   was niets

voor mijn heer de koning
   dan mannen des doods,

maar jij hebt je dienaar neergezet
bij wie eten van jouw tafel;
wat voor rechtvaardiging is er nog voor mij
en wat zal ik nog schreeuwen tot de koning?

30


De koning zegt tot hem:

waarom spreek je je woorden nog uit?-
zeggen zal ik: jij en Tsiva
delen het veld!