Instellingen

11


Zo verblijft de ark van de Ene
   drie nieuwemanen
   in het huis van Obed Edom de Gitiet;

en de Ene zegent Obed Edom
   en heel zijn huis.

12


Gemeld wordt

aan koning David en gezegd:
gezegend heeft de Ene
het huis van Obed Edom en al het zijne
omwille van de ark van God!
Dan gaat David heen
en laat hij de ark van God opklimmen
   uit het huis van Obed Edom
   naar de Davidsstad,
   onder vreugdebetoon.

13


En het geschiedt:

wanneer de dragers van de ark van de Ene
   zes schreden zijn voortgeschreden,-

offert hij een os en een mestkalf,

14


terwijl hij, David, met alle macht ronddanst
   voor het aanschijn van de Ene,-

David
omgord met een efod van linnen.

15


David en heel het huis van Israƫl

laten de ark van de Ene opklimmen,-
onder geschal
   en bij de stem van de ramshoorn.

16


Maar het geschiedt: als de ark van de Ene

aankomt in de Davidsstad
heeft Sauls dochter Michal
   uitzicht door het venster

en ziet zij koning David springen
   en ronddansen
   voor het aanschijn van de Ene,

en zij veracht hem met heel haar hart.