Instellingen

11:19


de vroomvogel,

de kraanvogel in haar soorten;
de brokkelspecht en de vouwvleermuis.

11:20


Alle gevleugelde gewemel

dat zich voortbeweegt op een viertal:
een gruwel is dat voor u!
••

11:21


Alleen deze soort moogt ge eten

van alle gewriemel onder de vogels
dat zich voortbeweegt op een viertal:
die boven zijn voeten een paar poten heeft
om daarmee over de aarde te springen!

11:22


Déze uit hen moogt ge eten:

de veelvraat-sprinkhaan in zijn soorten
en de korfhaan in zijn soorten;
het sprinkpaard in zijn soorten en
de knaagbek in zijn soorten.

11:23


Alle gewriemel onder de vogels

dat alleen vier vóeten heeft:
een gruwel is dat voor u!

11:24


En aan déze maakt ge u besmet,-

ieder die hun lijk aanraakt wordt besmet,
   tot de avond

11:25


en ieder die iets meedraagt van hun lijk

moet zijn gewaden wassen
   en is besmet tot de avond:

11:26


aan alle gedierte

dat wat de hoef betreft hoefdragend is
maar de inscheuring niet inscheurt
of het herkauwsel niet omhoogbrengt,-
besmet zijn zij voor u;
al wie ze aanraakt wordt besmet!

11:27


En alles wat zich voortbeweegt
   op z’n zoolholtes

onder al wat leeft dat zich voortbeweegt op
   een víertal,

besmet zijn die voor u;
al wie hun lijk aanraakt
   is besmet tot de avond.

11:28


En wie hun lijk opraapt

moet zijn gewaden wassen
   en zal besmet zijn tot de avond;

besmet zijn zij voor u!
••

11:29


Dit is voor u wat besmet is

bij het gewemel dat wriemelt over de áárde:
de mol, de rat en de pad in hun soorten;

11:30


de egel, de salamander en de hagedis;

de kameleon en de veldmuis.

11:31


Deze zijn het die besmettend zijn voor u
   onder alle gewriemel;

al wie ze aanraakt als ze dood zijn
   is besmet tot de avond.

11:32


Alles waarop iets van hen valt
   als ze dood zijn
   wordt besmet,

elk voorwerp van hout of een gewaad,
   of een vel of een zak,-

elk voorwerp
waarmee bij u werk gedaan wordt:
in het water moet het komen
   en besmet zal het zijn tot de avond,
   daarna zal het rein zijn.

11:33


En elk voorwerp van gres

waarin iets van hen naar binnen valt:
al wat daarin is wordt besmet,
   en het voorwerp zelf zult ge stukbreken.

11:34


Wát ook van alle etenswaar
   die wordt gegeten

en waarover water komt, wordt besmet;
en elke drinkbare drank
in zo’n voorwerp, wélk ook, wordt besmet.

11:35


En alles waarop iets van hun lijk valt

wordt besmet:
een oven of fornuis moet afgebroken worden,
   besmet zijn zij;

en besmet zullen ze wezen voor u.

11:36


Alleen een wel of een put,
   een samenstroming van water,
   zal rein wezen;

maar wie hun lijk daarin aanraakt
   wordt besmet.

11:37


En stel er valt iets van hun lijk

op welk zaad dan ook van een zaaisel
   dat wordt uitgezaaid:

rein is dat!

11:38


Maar stel er wordt over zaad water gegeven

en er is dan iets van hun lijk daarop gevallen:
besmet is dat voor u!
••

11:39


En stel er gaat iets dood van het vee

dat gewoonlijk voor u als eten dient:
wie het lijk daarvan aanraakt
   is besmet tot de avond.

11:40


Wie eet van een lijk daarvan

moet zijn gewaden wassen en
   zal besmet zijn tot de avond;

en wie een lijk daarvan optilt
moet zijn gewaden wassen
   en zal besmet zijn tot de avond.

11:41


En alle gewemel dat over de aarde wriemelt:

een gruwel is dat,
   het zal niet worden gegeten.

11:42


Al wat zich voortbeweegt op de buik

en al wat zich voortbeweegt op een viertal
tot elk veelvoud van voeten
bij alle gewemel dat over de aarde wriemelt:
ge zult ze niet eten, want een gruwel zijn zij!

11:43


Maakt geen gruwel van uw zielen

met al dat gewemel dat rondwriemelt;
en laat u niet zo door hen besmetten
dat ge met hen besmet zoudt blijven!

11:44


Want ik, de Ene,

ben God-over-u;
heiligt u en weest heiligen,
want heilig ben ik;
besmet uw zielen dus niet
met al dat gewemel
   dat rondkruipt over de aarde!

11:45


Want ik de Ene ben het

die u heeft doen opklimmen
   uit het land van Egypte

om voor u ten God te wezen;
weest dan heiligen,
want heilig ben ik!

11:46


Dit is het onderricht voor het gedierte
   en het gevogelte

en alle levende ziel
die rondkruipt in het water;
en voor alle ziel die wriemelt over de aarde,-

11:47


om scheiding te maken

tussen wat besmet en wat rein is;
tussen het leven dat wordt gegeten
en het leven
dat niet zal worden gegeten!

12:1


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt: