Instellingen

31


gedenken zult ge dan uw kwalijke wegen

en uw handelingen zonder iets goeds,-
en walgen zult ge van uw eigen aanschijn
om uw ongerechtigheden
en om uw gruweldaden;

32


niet om uwentwil doe ik dit,

is de tijding van mijn Heer, de Ene,
laat dat door u worden geweten!-
schaamt u en voelt u schandalig
   voor uw wegen, huis van Israël!

••

33


Zo heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

ten dage dat ik u reinig
van al uw ongerechtigheden,-
zal ik weer laten zetelen in de steden
en de puinhopen herbouwen;

34


het verwoeste land zal worden bearbeid,-

in plaats van een woestenij te blijven
voor de ogen van al wie voorbijtrekt;

35


zeggen zullen ze:

het land hier dat de woestenij zelve was
is geworden als de hof van Eden,-
en de steden, in puin,
   verwoest en afgebroken,

zijn versterkt en weer bewoond;

36


weten zullen de volkeren

die rondom u zijn overgebleven
dat ik, de Ene,
het afgebrokene zal herbouwen
en het verwoeste zal beplanten,
ík, de Ene, heb dit gesproken
   en zal dit doen!

••

37


Zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

ook nog dit
laat ik mij vragen door het huis Israël
   om voor hen te doen:

ik zal ze talrijk maken
   alsof het menselijk wolvee is;

38


zoals met wolvee voor het heiligdom,

als met het wolvee in Jeruzalem
   tijdens de samenkomsten daar,

zó zullen de steden, nu in puin,
   weer worden:

vol van menselijk wolvee;
weten zullen ze dat ik de Ene ben!
••