Instellingen

31


Hij zei het en daar kwam de hondsvlieg, ✡

luizen
in heel hun gebied.

32


In plaats van regens gaf hij hun hagel, ✡

vuur en vlammen over hun land;

33


hij sloeg hun wijnstok en hun vijg, ✡

brak
het geboomte van hun gebied.

34


Hij zei het en daar kwam de sprinkhaan, ✡

de verslinder
niet te tellen:

35


alle groen op hun land vrat hij op, ✡

vrat weg
de vrucht van hun –rode– grond.

36


Hij sloeg in hun land
   al wat het eerst was geboren, ✡

het puik
van heel hun potentie.

37


Hen leidde hij uit, met zilver en goud, ✡

bij zijn stammen niemand die struikelde.

38


Egypte was verheugd dat zij vertrokken, ✡

want schrik voor hen had hen overvallen.

39


Hij spreidde een wolk uit als dekkleed, ✡

een vuur
tot verlichting des nachts.

40


Zij vroegen,- en komen deed hij kwakkels, ✡

met brood uit de hemel
heeft hij hen verzadigd;

41


hij opende een rots en wateren vloeiden, ✡

stroomden
door dorre streken als een rivier!

42


Want hij gedacht zijn heilige woord ✡

en Abraham, zijn dienaar;

43


en leidde zijn gemeente uit bij gejuich, ✡

zijn uitverkorenen
bij jubel.

44


De landen van volken gaf hij aan hen, ✡

zij erfden de arbeid van naties:

45


opdat zij zijn wetten bewaken
   en zijn onderrichtingen zullen houden,- ✡

alleluia!