Naardense Bijbel > zoeken > Pagina 2
Hij zei het en daar kwam de hondsvlieg, ✡ luizen in heel hun gebied.
In plaats van regens gaf hij hun hagel, ✡ vuur en vlammen over hun land;
hij sloeg hun wijnstok en hun vijg, ✡ brak het geboomte van hun gebied.
Hij zei het en daar kwam de sprinkhaan, ✡ de verslinder niet te tellen:
alle groen op hun land vrat hij op, ✡ vrat weg de vrucht van hun –rode– grond.
Hij sloeg in hun land al wat het eerst was geboren, ✡ het puik van heel hun potentie.
Hen leidde hij uit, met zilver en goud, ✡ bij zijn stammen niemand die struikelde.
Egypte was verheugd dat zij vertrokken, ✡ want schrik voor hen had hen overvallen.
Hij spreidde een wolk uit als dekkleed, ✡ een vuur tot verlichting des nachts.
Zij vroegen,- en komen deed hij kwakkels, ✡ met brood uit de hemel heeft hij hen verzadigd;
hij opende een rots en wateren vloeiden, ✡ stroomden door dorre streken als een rivier!
Want hij gedacht zijn heilige woord ✡ en Abraham, zijn dienaar;
en leidde zijn gemeente uit bij gejuich, ✡ zijn uitverkorenen bij jubel.
De landen van volken gaf hij aan hen, ✡ zij erfden de arbeid van naties:
opdat zij zijn wetten bewaken en zijn onderrichtingen zullen houden,- ✡ alleluia!