Instellingen

31

Dat ik mij
   aan uw overeenkomsten vastklampte, ✡
Ene,
maak mij daarin niet beschaamd.

32

De weg van uw geboden zal ik rennen, ✡
ja, gij maakt ruimte voor mijn hart!


He. Legem pone mihi.

33

Ene, in de weg van uw inzettingen
   onderricht mij, ✡
die wil ik houden tot het einde.

34

En geef mij begrip,
   dat ik kan houden uw Wet, ✡
haar met heel mijn hart bewaren.

35

Een weg in het spoor van uw geboden,
   laat die mij begaan, ✡
want daarin heb ik behagen.

36

Enkel uw overeenkomsten,
   neig daarheen mijn hart, ✡
en niet naar eigen voordeel.

37

Eis van mijn ogen
   dat ze van het zinloze afzien, ✡
doe mij leven op uw weg.

38

En doe aan uw dienaar
   uw toezegging gestand,- ✡
aan allen
die u vrezen.

39

Eindig mijn versmading, die ik zo ducht: ✡
zo goed zijn mij uw regels.

40

Eerlijk, uw ordeningen
   heb ik altijd begeerd, ✡
laat in uw gerechtigheid mij leven!


Vav. Et veniat.

41

Feest!, Ene,
   als over mij komen uw vriendschap ✡
en uw redding,
gelijk gij toezegt.

42

Flink sta ik mijn smaders te woord, ✡
want ik weet mij veilig in uw woord.

43

Fier heb ik op uw regels gewacht: ✡
ontneem mijn mond
het woord der waarheid
niet al te zeer!

44

Ferm zal ik waken bij uw onderricht,
   voortdurend, ✡
voor eeuwig en altijd.

45

Fris sta ik op, ik wandel in ruimte, ✡
nu ik uw ordeningen
ben gaan zoeken.

46

Frank sta ik met uw overeenkomsten
   koningen te woord, ✡
en niet word ik beschaamd.

47


’n Festijn zijn mij uw geboden, ✡

mijn liefde zijn zij geworden.

48


’t Firmament van uw geboden
   -die mijn liefde zijn geworden-

daarheen hef mijn handpalmen ik op,- ✡
uw inzettingen blijf ik overpeinzen!


Zai. Memor esto.

49

Gedenk het woord tot uw dienaar, ✡
waarmee ge
bij mij verwachting hebt gewekt.

50

Getroost heeft dat mij in mijn ellende, ✡
ja, uw toezegging heeft mij doen herleven.

51

Gesard door ziedende lieden, bovenmate, ✡
ben ik niet afgeweken
van uw Wet.

52

Gedacht heb ik
   aan uw rechtsregels van eeuwig, o Ene, ✡
en zo werd ik getroost!

53

Gloed greep mij om boosdoeners aan, ✡
die loslieten
uw Wet!

54

Gebleven is mij
   de muziek van uw inzettingen, ✡
waar ik in mijn omzwervingen ook huisde.

55

Gedacht heb ik ’s nachts uw naam,
   o Ene, ✡
uw onderricht
bleef ik bewaken!

56

Geworden is mij dit: ✡
dat ik uw verordeningen heb onderhouden!


Heth. Portio mea.

57

Het is mijn deel, Ene, heb ik gezegd, ✡
uw woorden te bewaken.

58

Heel mijn hart
   zocht naar de zachtheid
   van uw aanschijn, ✡
wees mij genadig,
zoals gij hebt gezegd!

59

Het spoor van mijn wegen
   heb ik overdacht, ✡
ik keer mijn voeten
naar uw overeenkomsten.

60

Haast heb ik gemaakt en niet gedraald, ✡
om uw geboden
te bewaken.