Instellingen

31


Wie een behoeftige afperst, hoont zijn Maker,-

wie Hem eert,
begenadigt een arme.

32


Om zijn kwaad
   wordt een boosdoener verstoten,-

een rechtvaardige
   vindt als hij sterft een toevlucht.

33


In het hart van een verstandige
   rust wijsheid,-

wat in het binnenste van dwazen huist
wordt bekend.

34


Gerechtigheid verhoogt een volk,-

zonde is een schandvlek over naties.

35


Het welbehagen van een koning
   is over een dienaar met inzicht,-

zijn verbolgenheid
zal treffen wie hem te schande maakt.